Maaisel uit De Wieden verbindt landbouw en natuur

Foto: Erik Driessen

Steeds meer agrariërs gebruiken maaisel uit De Wieden als bodemverbeteraar. Natuurmonumenten ziet de belangstelling voor het product de laatste jaren sterk toenemen. “Heel mooi is dat ook akkerbouwers uit onze directe omgeving met het materiaal werken”, zegt Gidion Kok van de beheereenheid aan de Ronduite.

Een van de bedrijven die kiest voor het maaisel uit De Wieden is Evenhuis uit Giethoorn. Dat akkerbouwbedrijf bracht de afgelopen week de bodemverbeteraar op het land. Evenhuis teelt vooral veel aardappelen voor de frietindustrie. Wie een zakje patat bestelt bij de landelijke fastfoodketens, proeft met een beetje geluk de smaak van het gebied tussen Giethoorn en Blokzijl.

“Onze afnemers verlangen topkwaliteit. Daarom brengen we alleen materialen op het land waarvan we zeker weten dat ze volledig schoon zijn”, vertelt Pieter Evenhuis, die met zijn zoon Jan Pieter naar de werkzaamheden op het land kijkt. “Een stukje glas of plastic in een patatje is funest. Regelmatig vind je dat soort afval in de gangbare compost. Met natuurlijke materialen uit De Wieden lopen we veel minder risico.”

Evenhuis vindt het mooi dat het materiaal bijna uit zijn eigen achtertuin komt. “Natuurmonumenten wil de zeldzame hooilanden in De Wieden verschralen en voert spul af dat wij juist goed kunnen gebruiken. Op deze manier helpen we elkaar in de regio verder. En dat past weer prima binnen de filosofie van kringlooplandbouw. Wij hebben geen ambities voor een biologische bedrijfsvoering, maar in de praktijk zie je dat biologische en gangbare akkerbouw steeds verder naar elkaar toegroeien.”

En dat is precies wat Natuurmonumenten aanspreekt. ‘’Wij streven naar meer biodiversiteit en een gezondere bodem, ook buiten onze natuurgebieden. Daarbij is samenwerken met de landbouw essentieel. Dat werkt het beste als je elkaar écht wat te bieden hebt. Het is daarbij belangrijk dat natuurorganisaties en landbouwbedrijven de blik naar buiten richten. Dan liggen er zeker kansen voor meer verbinding tussen landbouw en natuur.’’ 

Evenhuis en Kok zijn allebei kritisch maar nemen elkaar niet de maat. Evenhuis doet aan precisielandbouw. Zijn afnemers stellen hoge eisen, zo hoog zelfs dat er nog geen stipje op een aardappel mag zitten. Om hieraan te voldoen moet soms vaker gespoten worden. Dit strookt niet altijd met de zoektocht naar een duurzamere manier van telen.  ‘’Als je dan toch stappen zet om te laten zien dat het anders kan, alternatieven onderzoekt en streeft naar minder chemische beschermingsmiddelen, dan kunnen we elkaar versterken’’, zegt Kok.

Twee jaar terug kreeg Evenhuis de berg aangeleverd die nu op het land is aangebracht. Die bestaat vooral uit uitgebloeide planten van vochtige en schrale hooilanden. Voordat het geschikt is als bodemverbeteraar, moet het regelmatig worden omgezet. Uiteindelijk verhoogt het materiaal de hoeveelheid organische stoffen in het land en de gezondheid van de bodem. Ook dit jaar kreeg Evenhuis weer de groenresten uit De Wieden. Die belanden dan komend jaar op het land in de Gieterse polder. “Ik ben heel benieuwd wat het doet met de grond. Garanties hebben we natuurlijk niet, een goed gevoel wel.”

Volgens Gidion Kok zijn de ervaringen van andere afnemers goed. Onder meer in de Noordoostpolder gebruiken agrariërs al jarenlang de materialen uit De Wieden. “Het organisch materiaal maakt de bodem gezond en dat is de basis voor ons voedsel. We zijn er van overtuigd dat we een mooi product aanbieden. De toenemende belangstelling bewijst dat ook.”

Voor Natuurmonumenten zijn dit mooie samenwerkingsvormen. ‘’Er wordt veel gepraat over veranderingen en nieuwe verdienmodellen voor de landbouw. Het mooie is dat we hier vanuit de praktijk de koe bij de horens vatten. Eigenlijk hebben we hier al zo’n verdienmodel te pakken.” 

Reacties